Herleidbaarheid?
Herleidbaarheid is de ononderbroken ketting van “de standaard” naar de gebruikte standaard tijdens de kalibratie. Het beste om dit uit te leggen is aan de hand van dé kilo die in Parijs staat. Deze kilo wordt zeer zelden uit zijn beschermde omgeving gehaald om controles uit te voeren, maar er worden wel weeginstrumenten gekalibreerd zonder deze kilo. Dit komt omdat er met dé kilo in Parijs een aantal andere kilo’s zijn gekalibreerd en met deze kilo’s worden weer andere kilo standaarden gekalibreerd. Dit is mogelijk zolang er een ononderbroken ketting van meetgegevens (en onzekerheden) blijft bestaan. Dit “doorgeven” van herleidbaarheid is cruciaal en moet dus onder vastgestelde condities gebeuren. Denk hierbij aan, gevalideerde procedures, deskundig personeel en, indien van invloed, geconditioneerde omstandigheden (temperatuur, vochtigheid etc.). Met iedere stap wordt echter ook een kleine fout aan meting toegevoegd.
Wat is meetonzekerheid?
Elke meting heeft een bepaalde onzekerheid. Deze onzekerheden worden door vele factoren veroorzaakt bijv. door de persoon die de kalibratie uitvoert. Als dezelfde persoon op een volgende dag een bepaalde kalibratie nog een keer uitvoert, doet hij dit dan 100,00% hetzelfde? Bij wegingen bijvoorbeeld kan zelfs de variatie in het zwaartekrachtveld van de aarde een invloed hebben op de meting. Bij kalibraties is meetonzekerheid een belangrijke factor. Als een bepaalde kalibratie met een grote onzekerheid wordt uitgevoerd, dan kan dit invloed hebben op alle metingen die worden gedaan met het instrument. De afwijking kan dan klein zijn, maar de onzekerheid bepaald de juistheid van de gevonden waarden. Stel dat er voor een proces een tolerantie in de thermometers nodig is van +/- 5˚C. Kalibratie 1: gevonden afwijking = + 4˚C (onzekerheid niet vermeld) Kalibratie 2: gevonden afwijking = + 4˚C met een onzekerheid van 2˚C. Kalibratie 3: gevonden afwijking = + 4˚C met een onzekerheid van 1˚C. Voldoen deze gevonden waarden aan de gestelde toleranties? Kalibratie 1: De gevonden afwijking is lager dan de gestelde tolerantie maar zonder opgave van onzekerheid zou de werkelijke afwijking wel eens vele malen groter kunnen zijn Kalibratie 2: De gevonden afwijking is lager dan de gestelde tolerantie maar als de meetonzekerheid in acht wordt genomen zou de werkelijke afwijking tussen de + 2˚C en de + 6˚C liggen. Hiermee wordt niet voldaan aan de gestelde tolerantie-eis. Kalibratie 3: De gevonden afwijking is lager dan de gestelde tolerantie. Als de meetonzekerheid in acht wordt genomen zou de werkelijke afwijking tussen de + 3˚C en de + 5˚C liggen.
Dit voorbeeld laat zien dat de meetonzekerheid noodzakelijk is om een goede uitspraak te kunnen doen over een uitgevoerde kalibratie en de gevonden waardes. Geaccrediteerde versus niet geaccrediteerd. Naast de hierboven genoemde onderwerpen zoals competentie van personeel, herleidbaarheid en bepaling van de meetonzekerheid is het bij geaccrediteerde kalibratie-instanties gegarandeerd dat er gebruik gemaakt wordt van geschikte en aantoonbaar herleidbare gekalibreerde meetinstrumenten, geschikte een methode, uitgevoerd in daarvoor geschikte (geconditioneerde) ruimten.